Read Rain man Online

Authors: Leonore Fleischer

Rain man

Leonore Fleischer

RAIN MAN

Oorspronkelijke titel Rain Main

A novel by Leonoré Fleischer based on a screenplay by Ronald Bass and Barry Morrow and a story by Barry Morrow.

©1989 United Artists Pictures Inc. Alle rechten voorbehouden.

Vertaling

Cobi de Groot

©1989 A.W. Bruna Uitgevers B.V., Utrecht

ISBN 90 229 7982 2 D/1991/0939/52 NUGI 342

Derde druk, 1991

Het was volmaakt. Er kon onmogelijk iets misgaan. Dit was het mooiste handeltje dat Charlie Babbitt ooit bekokstoofd had en het was opgebouwd uit alle elementen waaraan hij in het leven de meeste waarde hechtte. Snelheid en stijl, een grote winst op een investering van nul komma nul, een snelle afzet en het was nog legaal ook. Niet dat hij er nou de prijs voor de Eerlijkste Zakenman van het Jaar mee zou verdienen, maar legaal was het toch. En risico zat er niet aan. Tenminste, dat moest Charlie Babbitt zichzelf voortdurend voorhouden. Geen risico.

Natuurlijk, het was een deal waar een vlotte babbel aan te pas had moeten komen en een beetje nog vlottere zwendel, maar dat vond Charlie het leukste ervan. Hij was in beide een meester en in dit opzetje was de meesterhand duidelijk terug te vinden. Het had hem weken gekost om het rond te krijgen, maar dat zou het waard zijn.

Het geld bij elkaar krijgen was het moeilijkste geweest. Tweehonderdduizend dollar, tweehonderd van die echte grote flappen. Het vinden van een financier, een geldschieter, had het meeste gezwendel gekost. Bert Wyatt was achterdochtig geweest; hij had lont geroken. Maar er was geen lont, nog geen lucifertje. Het onderpand stond te glanzen op de kade: zes beeldschone klassieke Lamborghini's, net aangekomen uit het moederland, het mamma-mia-land, en ieder voor zich bijna tachtig rooie ruggen waard. Ze waren van hem, helemaal van hem, tenminste voorlopig. Hij kon ze zien, aanraken, met zijn handen hun gladde, glanzende flanken strelen, de motorkap opslaan en het volmaakte mechanisme van hun luisterrijke motor onderzoeken, de geur opsnuiven van het pas in de olie gezette leer en de nieuwe banden. Ze roken lekkerder dan een vrouw.

'Ik heb alle papieren hier bij me,' had Charlie Babbitt trots tegen de douane-inspecteur gezegd, terwijl hij de verklaringen uit zijn platte diplomatenkoffertje van echt struisvogelleer haalde. 'Zes Lamborghini Countachs, nieuwste model, een zilver, twee zwart, een wit en twee rood met rood interieur.' Zonder naar het opgetogen geklets van Charlie te luisteren had de inspecteur de papieren aangepakt en ze zorgvuldig bestudeerd, voordat hij ze tekende en stempelde. Toen en niet eerder had hij Charlie aangekeken. 'Laatje ze meedoen met een race voor sloopwagens?' vroeg hij met een sarcastische grijns.

'Nee, makker, in het Miss Amerika-corso,' had Charlie ook met een grijns geantwoord. Hij was zo met zichzelf ingenomen dat hij bijna naast zijn schoenen ging lopen. De hele weg terug naar kantoor had hij aan zijn transactie zitten denken. Steeds opnieuw nam hij die in gedachten door op zoek naar zwakke punten, maar hij vond ze niet. Dit was zijn meesterwerk, het hoogtepunt van bijna tien jaar handelen en sjoemelen en scharrelen om een paar centen te verdienen. Hierdoor zou hij het legioen van de handelaars in tweedehands auto's uit komen en het zou hem op weg helpen naar de top, waar de grote jongens zaten, de dealers met de toplicenties en de sjieke showrooms. De groetjes, San Pedro. Hallo, Bel Air.

Nou, vooruit. Zó zou het moeten gaan. Tweehonderdduizend van Wyatt op een korte-termijnpromesse, vier weken tegen een rente van zeventien procent per maand, die inhalige schurk, waarbij de Lamborghini's zelf als onderpand gebruikt werden. De tweehonderd rooie ruggen, plus de fikse aanbetalingen van de zes klanten die Lenny Barish achter de hand had - een advocatensyndicaat - waren gebruikt om de auto's te betalen. En de torenhoge declaraties van Charlie. Goedkoop was Charlie niet.

Het was hem, na hard onderhandelen met zijn overzeese leverancier, gelukt zes echte Lamborghini-sportwagens van klasse, geen twee ervan eender, puntgaaf, te krijgen voor veertigduizend dollar per stuk. Driejaar geleden zou Charlie er minder voor betaald hebben, maar de koers van de lire tegenover de dollar deed hem de das om. Maar toch, hij bofte dat hij deze voor die prijs had kunnen krijgen. Hij verkocht ze voor vijfenzeventigduizend dollar, min de korting, tien procent op elke auto, om de koop aantrekkelijk te maken en de klanten te vriend te houden. De auto's stonden daar maar te wachten op de kade in San Pedro, ingeklaard en wel. Charlie was zelf naar de haven gegaan om te zien hoe ze uit de Italiaanse vrachtvaarder geladen werden en zich ervan te overtuigen dat die schoonheden geen van alle een schrammetje opliepen. De eigendomsbewijzen ervan had hij veilig in zijn portefeuille weggestopt.

Nu hoefde Charlie de mooie sportwagens alleen nog maar in bezit te nemen, ze vlug ergens te verstoppen waar niemand behalve hijzelf ze vinden kon, te zorgen dat hij de Californische registratiepapieren ervoor kreeg, de rest van het geld bij de kopers te incasseren - die een echt koopje kregen met een definitieve koopprijs van zevenenzestigenhalfduizend dollar - de Lamborghini's af te leveren, de lening af te betalen en hij had een snelle winst gemaakt, en een grote van zes cijfers, zonder zijn handen ook maar vuil te maken of zijn nauwsluitende Giorgio Armani-pak te kreuken. En allemaal zonder er een cent van zichzelf in te steken.

En iedereen zou tevreden zijn. Zes echtscheidingsadvocaten uit Beverley Hills zouden rondrijden in puntgave luxe auto's met korting; de geldschieter zou zijn geld terugkrijgen plus zijn zeventien procent woekerrente. Charlie zou zijn winst uittellen in een appartement in Palm Springs. Maar het speet hem wel een beetje dat hij alle Lamborghini's moest verkopen, want met een beetje meer overleg had de witte van hemzelf kunnen zijn.

Een fractie van een seconde dacht Charlie eraan hem voor zichzelf te houden; zijn winst zou groot genoeg zijn op de andere vijf. Dat klassieke schatje had best eens zijn schatje kunnen zijn, om van te houden, om in te rijden. Maar niet getreurd. Er waren er nog zat in Italië; één ervan was voor hem bestemd, dat kon niet missen.

Het was de bedoeling dat de transactie bijna van de ene op de andere dag afgewikkeld zou worden, maar Charlie had zichzelf een flinke, ruime tijdmarge toegestaan - vier hele weken, volop tijd om de auto's te laten registreren, zelfs al stond het Bureau Milieubescherming over zijn schouder te kijken met hun verdomde uitstoot-beperkingswetten. Het was het dotje van een dealtje van de eeuw; geen cent van zijn eigen geld liep gevaar en de winst zou helemaal voor hem zijn - nou ja, voor hem en voor Lenny. Hij had Lenny vijfentwintigduizend beloofd, omdat die de kopers gevonden had. Maar Lenny was geen volle partner die de helft kreeg, helemaal niet. Tenslotte had Charlie Babbitt alle meesterlijke ideeën gehad. Maar als het dan zo'n dot van een deal was, waarom zag hij het hele rotgeval dan voor zijn ogen in elkaar zakken? Waarom viel het uit elkaar, zodat de stukken Charlie Babbitt om de oren vlogen?

De transactie was opgezet voor snelheid; vier weken rente op tweehonderdduizend dollar tegen zeventien procent was tenslotte een dikke vierendertigduizend dollar, te veel geld om zomaar weg te gooien. Hoe eerder Charlie de promesse terugbetaalde, des te meer geld hij voor zichzelf zou kunnen houden. Maar nu was het bijna zes weken later en de transactie was nog niet afgehandeld. De meter tikte door op de lening en de nationale schuld stapelde zich op. Plotseling begon het er verdacht veel op te lijken dat Charlie Babbitt binnenkort de prijs zou vragen van een appartement niet in Palm Springs, maar in Arme-Sloeber-City.

Die rotlui van dat Bureau Milieubescherming ook! Waarom konden ze, verdomme, geen walvissen gaan redden of rampen in kerncentrales opsporen in plaats van een zakenman aan zijn kop zaniken over staatswetten en brandstof-emissies? Hadden ze bij het BMB geen enkel idee hoe moeilijk het was zes emissie-beperkende brandstof-injectiesproeiers te pakken te krijgen die geschikt gemaakt konden worden voor echte Lamborghini's? Chevrolets natuurlijk. Jeeps Cherokees, geen probleem. Maar Lamborghini''s? Weken waren voorbij gekropen en zijn monteur was met lege handen thuisgekomen. Charlie had zelfs het voorschot op de sproeiers verhoogd tot vijfentwintighonderd ballen per stuk, je reinste oplichterij, maar nog steeds niets.

'Ze hadden geen sproeiers. Ze maakten geen sproeiers voor echte Lamborghini's. Het kan die Italianen niet schelen wat voor soort lucht ze inademen.' Charlies monteur, een kolossale vent die Eldorf heette, had het met grote stelligheid gezegd.

Zonder de sproeiers had het BMB de verkoop van de auto's driemaal bij drie afzonderlijke keuringen verboden. En zonder het stempel van het BMB voor hun fiat op de registratiepapieren konden de auto's niet verkocht worden in de staat Californië. Punt. Misschien zou hij ze naar Oregon kunnen slepen en ze daar laten registreren, maar daar was het al te laat voor. Waar zou hij te elfder ure de juiste vervoerder voor de juiste prijs kunnen vinden?

Charlie was al veel te dicht bij de totale mislukking. De aanbetalingen van het advocaten-syndicaat had hij er al doorgejaagd; ze maakten deel uit van zijn rechtmatige winst en hij had ze bij voorbaat al uitgegeven. Een man in zijn positie moest er goed uitzien. Er goed uitzien en er goed van leven was tegenwoordig niet goedkoop. Je haar fatsoenlijk laten knippen kostte al tweehonderdvijftig ballen en een gewone zonnebril met het juiste naamkaartje eraan en met spiegelglazen kostte toch elke keer vierhonderd dollar. En vergeet niet dat de Amerikaanse dollar overzee aan het kelderen was. Een Italiaans maatpak dat twee jaar geleden misschien dertienhonderd ballen gekost had was vandaag de dag opgeslagen tot tweeduizend. Het handeltje dat van de ene op de andere dag zijn beslag had moeten krijgen, geen risico, had zo lang gesleept dat alle betrokken partijen heel erg ongerust begonnen te worden.

En in eindeloze dringende telefoongesprekken droegen ze die ongerustheid over op Charlie Babbitt, die helemaal niet zo goed tegen ongerustheid kon.

Susanna Palmieri parkeerde haar Volvo op de plaats naast de glanzende kleine zilveren Ferrari van Charlie Babbitt. Het was vrijdagmorgen half twaalf toen ze uitstapte en haar omgeving overzag, de plaats waar ze de laatste drie weken gewerkt had. Op het naambord stond weliswaar 'Babbitts Verzamelobjecten', maar er was niets aan de roestige barak van ijzeren golfplaten dat het verzamelen waard was, behalve misschien het vuilnis. De barak stond aan het einde van een lange straat met schroothopen en pakhuizen. Van het golfplaten dak liet de verf in snel tempo los in lange schilfers. De barak, die in 1946 als tijdelijk gebouw neergezet was, had een lange reeks kortstondige ondernemingen gehuisvest, waarvan Babbitts Verzamelobjecten misschien niet alleen de laatste maar ook de kortstondigste zou zijn.

Hoe had zij, een mooi, intelligent meisje met een strenge morele opvoeding in een Italiaans katholiek gezin, afgestudeerd aan een strenge kloosterschool, zich in kunnen laten met een man die zaken deed vanuit een groot model schuur ergens ver buiten de bewoonde wereld?

Waarom raakte een meisje dat duidelijk voor iets beters in het leven bestemd was - zoals trouwen met een man met een fatsoenlijke baan en een vast inkomen, een knaap die zo nu en dan misschien zelfs tegen haar zou zeggen dat hij van haar hield - zo nauw betrokken bij iemand als Charlie Babbitt dat ze zelfs het weekend naar Palm Springs ging met de eigenaar van Babbitts Verzamelobjecten? Ze schudde haar mooie hoofd terwijl ze haar kleine reistas oppakte, de deur van de barak opendeed en het sjofele kantoortje binnenstapte dat ze zo goed kende. Waarom? vroeg ze zichzelf opnieuw af. Juist, nú herinnerde ze het zich weer, dacht ze, toen haar oog viel op de eigenaar van Babbitts Verzamelobjecten, die op nijdige toon in een telefoon zat te schreeuwen. Charlie. Charlie Babbitt. Daarom.

Susanna nam er even de tijd voor om eens goed naar hem te kijken. Geen twijfel aan, hij was de mooiste man die ze ooit onder ogen of in handen gekregen had. Groot en gespierd, maar toch met een mager, buigzaam zesentwintig jaar oud lichaam, dik, donker haar dat altijd dreigde te gaan krullen, hoe stevig het ook geborsteld werd - dat was Charlie. Zijn ogen waren groot en van een stralend hazelnootbruin, overschaduwd door lange wimpers. Zijn lippen waren vol, bijna meisjeslippen, totdat hij glimlachte. Als Charlie Babbitt glimlachte... o, wie zou niet kunnen vallen voor die glimlach, die tweeëndertig glanzend witte tanden, dat onweerstaanbare kuiltje in zijn kin?

Toch was Susanna geen leeghoofd, dat veroverd kon worden enkel door het knappe uiterlijk van een man, al was het uiterlijk van Charlie Babbitt dan ook onweerstaanbaar. Schoonheid mag dan opwindend zijn om 's avonds mee naar bed te gaan en geweldig om bij wakker te worden, maar om de rest van de dag mee door te brengen wordt schoonheid vervelend, tenzij er nog iets onder zit waar je houvast aan hebt. Bij Charlie bestond het houvast uit een woeste, boze intelligentie. Een explosief, gevaarlijk temperament onder die gladde, dure kleren, maar tegelijk een goed stel hersens dat een probleem onmiddellijk tot in de kern doorzag en snel met een uitvoerbare oplossing kon komen. Als hij die intelligentie maar wilde gebruiken en er iets bruikbaars en belangrijks van maken in plaats van achter waardeloze 'dealtjes' aan te jagen, dan kon Charlie Babbitt, zo jong als hij was, een factor worden waar de wereld rekening mee te houden had. Charlie nam een lange trek aan de Lucky Strike tussen zijn lippen en beduidde Susanna met een zwaai van zijn ene hand aan het werk te gaan, maar hij hield zijn aandacht bij zijn woedende telefoongesprek. Susanna ging naar haar bureau en pakte de telefoon. Met snelle slanke vingers tikte ze de lange reeks cijfers voor een internationaal gesprek in, drukte de hoorn tegen haar oor en zei: 'Pronto? Qui Babbitts Verzamelobjecten.'

Other books

Bling Addiction by Kylie Adams
The Insect Farm by Stuart Prebble
Here Comes the Night by Linda McDonald
Beneath a Waning Moon: A Duo of Gothic Romances by Elizabeth Hunter, Grace Draven
Woman of the Dead by Bernhard Aichner
The Widow's Friend by Dave Stone, Callii Wilson
Cornered by Peter Pringle


readsbookonline.com Copyright 2016 - 2024